
Ik kom voor de podcast ‘Met Gio door de streek’ op de mooiste plekjes in de Achterhoek. Dit betekent dat ik heel veel verschillende mensen leer kennen. En laat ik nou door al die mensen gastvrij ontvangen worden. Je wordt haast omgebracht met koffie, koekjes, glazen limonade, borreltjes en informatieboekjes. Elke afspraak is net alsof je bij je suikeroom op bezoekt komt. Het is prachtig om iedereen zo enthousiast te zien. Waar ik dan razend enthousiast van wordt zijn ouderwetse brievenbustouwtjes. Je zou denken dat deze echt wel verdwenen zijn in Nederland, maar in sommige plekken in onze Achterhoek is dit nog normaal. Evenals de buurvrouwen die nog opletten of de buurjongens zich wel gedragen. Goede sociale controle, noaberschap, het bestaat nog echt. Zelfs drie provincies verder op in Friesland bestaat dit ouderwetse leven ook. Ik zat zaterdag in een ouderwetse bruine kroeg waar het gewoon zelfbediening was de hele avond en zelf streepjes turven. Zelfs de hond die mee was, werd bediend van koekjes. Later op de avond werd het nog mooier. We waren op zoek naar de plaatselijke Radstake, zagen twee plaatselijke Doutzen Kroesjes en vroeg hun de weg. Ze lachte om mijn accent en zei “het is veel te ver lopen voor jullie. Ik breng jullie wel even. 01.00 uur midden in de nacht in de middle of knowwhere.. Wat een gastvrijheid. Alleen déze Doutzen werkte niet voor Hunkemöller, maar eerder voor Amstel. Deze deerntjes hadden namelijk flink dorst. Het is een genot om in de kleine plaatsjes te komen. Of dat nou in de Achterhoek is, Friesland of Drenthe. Daar waar weinig mensen wonen, de lokale kroeg het buurthuis is en de kerk nog verankerd is, daar leven de mensen nog zoals het moet. Misschien is er dan geen bioscoop, theater of 5-sterren restaurant, maar het leefgehalte ligt hier toch een stuk hoger dan in de stad en dat is toch een interessante vaststelling: hoe minder mensen ergens leven, hoe gezelliger en hoger de leefbaarheid.